Argentinië is met ruim 200.000 hectare wijngaard verreweg de grootste wijnproducent van Zuid-Amerika. Het is ook een land dat enige tijd kwalitatief sterk in opkomst is en dan met name de goede kwaliteit van de rode wijnen.
De doorbraak van de Argentijnse wijn kwam eind 19e eeuw, toen veel kolonisten uit Italië naar Argentinië trokken. Zij brachten tal van druivenrassen mee naar hun nieuwe vaderland. De bekentste zijn de malbec, merlot, cabernet sauvignon, pinot noir en tempranillo. Voor de witte wijnen zijn dat chardonnay, sauvignon en sémillon.
Een andere positieve factor was de economische bloei die het land rond de eeuwwisseling beleefde. De politieke en economische malaise waaronder Argentinië een groot deel van de 20e eeuw te leiden had, zorgde er echter voor dat de wijnbouw tot voor kort bijna volledig gericht was op volume en nauwelijks op kwaliteit. In combinatie met grote buitenlandse investeringen en kennis heeft dit voor een ware revolutie gezorgd. Nieuw aangeplante wijngarden en tal van hypermoderne bodegas produceren nu wijn van grote klasse.


